Overzicht
July 14, 2026
Zorgpaden & Producten

Webinar: Van slaapklacht tot de juiste aanpak | Terugkijken & verslag

Tijdens dit webinar van 9 juni nam somnoloog Pien Bosschieter huisartsen en POH's GGZ mee in de wereld van slaapzorg in de eerste lijn. Van fysiologie tot verwijsroutes: een praktische avond met veel ruimte voor vragen uit de praktijk

Kijk het webinar terug

Veelgestelde vragen

Tijdens het webinar kwamen veel vragen binnen. We hebben de meest gestelde vragen gebundeld met de antwoorden van Pien. Je kunt het document binnenkort downloaden.

Webinarverslag

In dit verslag nemen we je mee door de belangrijkste inzichten van de avond.

Waarom slaap?

Bijna 50% van de Nederlanders ervaart slaapproblemen, zo bleek uit onderzoek van EenVandaag in 2025. Bij de helft daarvan leidt dit tot klachten in het dagelijks functioneren, en een derde van de werkenden functioneert minder door slaapklachten. Op lange termijn zijn slaapproblemen geassocieerd met diabetes, hoge bloeddruk, overgewicht, hartritmestoornissen, psychiatrische klachten en neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer.

Pien: "Reden genoeg om slaap heel serieus te nemen."

Wat is slaap?

Slaap bestaat uit vier fasen: waak, lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap (in de volksmond droomslaap), die in cycli van 90 tot 110 minuten worden doorlopen. Een gezonde slaper heeft vier tot zes cycli per nacht.

De verdeling is globaal als volgt:

  • 50–60% lichte slaap
  • 20–25% diepe slaap (neemt af met leeftijd)
  • 20–25% REM-slaap

Pien benadrukte dat smartwatches en draagbare apparaten een schatting geven van de verdeling van de slaapfasen, het is geen directe meting. Bij mensen met slaapstoornissen, ouderen, mensen met medicatiegebruik of chronische aandoeningen is een dergelijke schatting vaak minder betrouwbaar. Pien heeft hier zelf onderzoek naar gedaan. Geïnteresseerd? Lees haar publicatie via deze link.

Hoe wordt slaap gemeten?

Polysomnografie (PSG) meet hersenactiviteit (EEG), spieractiviteit (EMG) en oogbewegingen (EOG). Op basis van de combinatie van deze signalen wordt bepaald in welke slaapfase iemand zich bevindt. Dit onderzoek wordt aangevuld met o.a. het meten van de ademhaling, zuurstofsaturatie, hartslag en houding om eventuele slaapstoornissen in kaart te kunnen brengen. Dit is het enige onderzoek waarbij de slaap direct wordt gemeten. Tegenwoordig gebeurt dit vaak thuis.

Polygrafie (PG) is een vereenvoudigd onderzoek dat voornamelijk gericht is op de ademhaling en wordt ingezet bij hoge verdenking op slaapapneu. Het meet niet de slaap zelf, maar gebruikt afgeleide zoals zuurstofsaturatie, hartslag, vaatspanning en snurkgeluid om de slaapfase te schatten. "Het woord somno zit er niet in, en dat verschil is belangrijk."

Wat drijft slaap?

Twee systemen drijven onze slaap:

  • Homeostatisch systeem (slaapdruk): Adenosine bouwt op naarmate je langer wakker bent. Hoe actiever de dag, hoe meer adenosine, hoe groter de slaapdruk.
  • Circadiane ritme (biologische klok): ingebouwde klok in dehersenen. Deze kan worden bijgestuurd door licht via melatonine, maar ook doorde timing van voeding en beweging. Pien waarschuwde voor onzorgvuldigmelatoninegebruik: "Melatonine is geen ‘’inslaper’’. Het heeft invloed opje biologische klok, de dosering en timing zijn hierbij cruciaal. Doe je ditniet op de juiste manier, dan breng je het slaapritme alleen maar verder vanhet spoor."

Wat is goede slaap?

Normale slaap: 7–9 uur, inslapen binnen 20 minuten, maximaal 3–4 keer per nacht wakker worden voor minder dan 15 minuten.

Slechte slaper (max. 3 dagen per week): Inslapen duurt 20–30 minuten, vaker of langer wakker. Nog geen slapeloosheid, maar bijsturing is wel wenselijk, bijvoorbeeld d.m.v. slaaphygiëne.

Chronische insomnie: Meer dan 3 maanden, meer dan 3 dagen per week moeite met inslapen (>30 min), doorslapen of te vroeg ontwaken, mét klachten overdag zoals concentratieproblemen, prikkelbaarheid of gebrek aan energie.

De patiënt herkennen

Slaapproblemen presenteren zich zelden als hoofdklacht. Signalen om op te letten:

  • Chronische vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak
  • Concentratieproblemen en prikkelbaarheid
  • Het gevoel niet uitgerust te ontwaken
  • Frequent of te vroeg wakker worden

Slaapanamnese

Een volledige slaapanamnese kost veel tijd, tijd die huisartsen vaak niet hebben. Pien adviseerde in dat geval te werken met een verkorte anamnese gericht op één doel: in welke categorie slaapstoornis zit deze patiënt?

Kernvragen:

  • Wat is de hoofdklacht en het patroon? Sinds wanneer?·
  • Bijkomende klachten overdag én 's nachts
  • Slaapritme: regelmatig of wisselend? Diensten? Reizen?
  • Hoe lang om in te slapen? Hoe vaak wakker? Te vroeg wakker?
  • Gedrag in de slaapkamer (schermen, piekeren, lang wakker liggen in bed)
  • Middelengebruik: cafeïne, alcohol, nicotine, medicatie
  • Medische voorgeschiedenis en allergieën

De zes categorieën slaapstoornissen

  1. Insomnie Diagnose op basis van het consult (een slaap-waakdagboek kan hierbij van grote waarde zijn). Denk aan onderliggende factoren die de slapeloosheid in stand houden. Polysomnografie alleen nodig als er verdenking is op een bijkomende slaapstoornis.
  2. Slaapapneu Veel voorkomende klachten: snurken, ademstops (door partner gemeld), nycturie, droge mond, ochtendhoofdpijn, niet uitgerust ontwaken, overmatige slaperigheid overdag. Gewicht, oplopende leeftijd en het mannelijk geslacht zijn bekende risicofactoren.
  3. Overmatige slaperigheid (hypersomnie) Onderscheid moe en slaperig: slaperigheid is een onbedwingbare neiging tot indutten. Sluit eerst slaaptekort en medicatiebijwerkingen uit.
  4. Slaapritmestoornissen Vraag naar ploegendiensten, social jetlag en ritme-verstoring. Bij verschuiving van meer dan 2–3 uur t.o.v. het gewenste ritme is er sprake van een stoornis. Komt vaker voor bij ADHD en autismespectrumstoornis.
  5. Parasomnie Vraag of het gedrag al op kinderleeftijd aanwezig was en naar uitlokkende factoren (stress, alcohol, slaaptekort). Let op REM-slaapgedragsstoornis (RBD) bij ouderen: het uitvoeren van dromen in het tweede deel van de macht kan wijzen op RBD. Dit kan een prodromen zijn van de ziekte van Parkinson.
  6. Rusteloze benen (RLS) Typisch patroon: onaangename sensatie in de onderbenen, vooral ’s avonds, start in rust, verbetert bij bewegen. Begin met leefstijl advies en controleren van ferritine (streefwaarde >75) en transferrineverzadiging. Cafeïne en alcohol zes weken elimineren, voldoende bewegen. Bij onvoldoende effect hiervan en verstoring van de slaap, kan medicatie worden overwogen. Geen dopamineagonisten meer als eerste keus; gebruik alfa-2-delta-liganden (pregabaline, gabapentine).

Behandelen of verwijzen?

Zelf behandelen:

  • Slechte slaper: geruststelling, slaaphygiëne-advies, leefstijlaanpassing
  • Insomnie: CGT-i als eerste keus, via e-learning (Therapieland), slaapoefentherapeut of slaappsycholoog (Slaapmakend of GGZ). Geen medicatie als eerste stap.
  • Lichte parasomnie (zonder gevaar, al vanaf kinderleeftijd): geruststelling en uitlokkende factoren vermijden

Twee praktische adviezen voor insomnie die je in drie minuten kunt meegeven:

1. Slaaprestrictie: Verkort je totale tijd in bed. Lig je langer dan een kwartier wakker? Ga uit bed. Ga naar een rustige plek buiten de slaapkamer, doe iets rustigs zoals lezen of een puzzeltje, (geen scherm, geen eten/drinken), en ga pas terug als je weer slaperig bent.

2. Gedrag overdag: Zorg voor ‘’monotask-momenten’’ overdag en bouw in de avond geleidelijk af — van druk naar rustig. Sta elke ochtend op dezelfde tijd op, ongeacht hoe laat je naar bed ging.


Medicatie bij insomnie: alleen bij acute slapeloosheid (rouw, tijdelijke stress), niet meer dan drie dagen per week en niet meer dan twee nachten achter elkaar. Bij chronisch gebruik: geleidelijk afbouwen volgens traag afbouwschema. Bij meerdere middelen in hoge doseringen: overweeg verwijzing naar een verslavingskliniek.

Verwijzen:

Polygrafie thuis (PG) is geschikt bij een duidelijke verdenking op slaapapneu, zonder verdenking op een andere slaapstoornis, mits geen complexe comorbiditeit (ernstig COPD, hartfalen, chronisch atriumfibrilleren, neuromusculaire aandoening), geen alfablokkers of permanente pacemaker, geen eerder therapiefalen of wens tot operatie.

Polysomnografie (PSG) is aangewezen bij een atypisch beeld of een minder duidelijke verdenking op slaapapneu, ook bij verdenking op een bijkomende slaapstoornis (insomnie, RLS, parasomnie, hypersomnie), of bij complexe comorbiditeit, hogere leeftijd.

Ksyos Slaap: voor elke slaapvraag één compleet antwoord

Weet je na dit webinar niet zeker welk onderzoek bij jouw patiënt past? Dat hoef je ook niet te weten. Het zorgpad Slaap van Ksyos is vernieuwd: naast polygrafie (PG) biedt Ksyos nu ook polysomnografie (PSG) aan. Je kunt voortaan al je slaappatiënten verwijzen, Ksyos bepaalt op basis van de anamnese welk onderzoek passend is, en regelt de diagnostiek, begeleiding, terugkoppeling en eventuele gerichte verwijzing. Het onderzoek vindt thuis bij de patiënt plaats.

Lees meer over het vernieuwde zorgpad op ksyos.nl/slaap

Mis het niet

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws in onze nieuwsbrief.

Aanmelden nieuwsbrief